Auteursrechten in 2026: welke fiscale wijzigingen zijn op komst?
Met de programmawet van 30 mei 2026 sleutelt de federale regering (opnieuw) aan het fiscale kader voor auteursrechten.
Vooral het verdwijnen van het verhoogde kostenforfait zal voelbaar zijn voor wie vandaag inkomsten uit auteursrechten ontvangt of uitbetaalt. Hoewel de belastingdruk daardoor stijgt, blijft het systeem ook in de toekomst een fiscaal interessante piste.
Einde van het verhoogde kostenforfait
Tot en met 2025 konden rechthebbenden binnen het gunstregime voor auteursrechten genieten van een forfaitaire kostenaftrek van 50% en 25%. Dankzij die regeling bleef de uiteindelijke belastingdruk in bepaalde situaties beperkt tot ongeveer 7,5%.
Vanaf 1 januari 2026 verandert dat. De wetgever schaft het verhoogde kostenforfait af voor alle begunstigden, behalve voor personen die beschikken over een kunstwerkattest. Zij behouden de bestaande regeling. In de praktijk betekent dit dat inkomsten uit auteursrechten voortaan in principe volledig onderworpen worden aan een roerende voorheffing van 15%, zonder toepassing van de vroegere forfaitaire kostenvermindering.
Toch verdwijnt het fiscale voordeel niet volledig. Ook zonder het kostenforfait blijft de belasting op auteursrechten doorgaans lager dan wanneer dezelfde vergoeding als beroepsinkomen zou worden belast, inclusief de verschuldigde sociale bijdragen.
Belastingdruk neemt toe, voordeel blijft bestaan
Het gunsttarief van 15% roerende voorheffing blijft behouden voor auteursrechten die binnen het wettelijk plafond vallen. Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt dat geïndexeerde maximumbedrag 77.220 euro. De belangrijkste gevolgen:
- de effectieve belastingdruk stijgt in veel gevallen van ongeveer 7,5% naar 15%
- de nieuwe regels gelden voor auteursrechten die in inkomstenjaar 2026 worden uitbetaald
- ondanks de wijziging blijft deze vergoedingsvorm vaak voordeliger dan een klassieke beroepsvergoeding
Moeten rechthebbenden iets ondernemen?
Voor veel personen die auteursrechten ontvangen, verandert er op korte termijn weinig. Toch loont het de moeite om na te gaan of bijkomende optimalisaties mogelijk zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de volgende aandachtspunten:
- onderzoeken of een kunstwerkattest kan worden aangevraagd en bezorgd aan de partij die de roerende voorheffing inhoudt
- nagaan of werkelijk gemaakte beroepskosten kunnen worden aangetoond en in rekening gebracht
Wie kiest voor het bewijzen van reële kosten, doet er goed aan om alle relevante bewijsstukken zorgvuldig te bewaren. De definitieve fiscale afrekening gebeurt immers pas via de aangifte personenbelasting over inkomstenjaar 2026, die in 2027 wordt ingediend. Op dat moment zal duidelijk worden welke methode uiteindelijk het meest voordelig uitvalt.
Ook voor uitbetalers verandert er heel wat
Niet alleen de ontvangers van auteursrechten worden met de nieuwe regelgeving geconfronteerd. Ook werkgevers en opdrachtgevers die dergelijke vergoedingen uitbetalen, zullen hun administratieve processen moeten aanpassen.
Bij toekomstige aangiftes van roerende voorheffing moet rekening worden gehouden met het wegvallen van het kostenforfait. Daarnaast is heldere communicatie essentieel. Werknemers die een deel van hun vergoeding via auteursrechten ontvangen, kunnen vanaf de loonverwerking van juni of juli 2026 immers een lager nettobedrag op hun loonfiche zien verschijnen.
Wat betekent dit voor IT-profielen?
Opvallend is dat de geplande terugkeer van het auteursrechtenregime voor bepaalde IT-functies overeind blijft. Volgens het huidige wetsontwerp zouden computerprogramma's opnieuw expliciet binnen het toepassingsgebied vallen. Daardoor zouden onder meer de volgende profielen opnieuw in aanmerking kunnen komen:
- front-end developers
- back-end developers
- full-stack developers
- functionele analisten
- technische analisten
De federale regering bevestigde eind mei 2026 haar intentie om deze uitbreiding door te voeren. Wanneer die precies in werking treedt en of er overgangsmaatregelen komen, is voorlopig nog niet duidelijk. Wel staat vast dat ook deze IT-profielen onder het vernieuwde regime geen gebruik meer zullen kunnen maken van het verhoogde kostenforfait.


