Hervorming personenbelasting: wat verandert er voor kmo-ondernemers en zelfstandigen?
De federale hervorming van de personenbelasting brengt vanaf inkomstenjaar 2026 een reeks fiscale wijzigingen met zich mee. De doelstelling is duidelijk: werken en ondernemen aantrekkelijker maken door de belastingdruk te verlagen en het nettoloon te verhogen.
Voor zelfstandigen en kmo-ondernemers bevat de hervorming heel wat positieve maatregelen, al zijn er ook belangrijke aandachtspunten voor wie via een vennootschap werkt. Een overzicht van de belangrijkste veranderingen.
Meer financiële ademruimte voor zelfstandigen
Voor zelfstandigen met een eenmanszaak oogt de hervorming overwegend positief. De overheid wil ondernemerschap stimuleren door de administratieve lasten te verlagen en een groter deel van het inkomen belastingvrij te maken. Dat moet ervoor zorgen dat werken en ondernemen opnieuw meer loont.
Een van de meest opvallende wijzigingen is de afschaffing van de verplichte voorafbetalingen van belastingen voor zelfstandigen met een eenmanszaak en meewerkende echtgenoten. Tot vandaag konden zij een belastingvermeerdering oplopen wanneer zij tijdens het jaar onvoldoende voorafbetaalden. Vanaf inkomstenjaar 2026 verdwijnt die sanctie volledig. Wie toch vrijwillig voorafbetalingen doet, ontvangt daarvoor een fiscale bonificatie. Zo krijgen ondernemers meer vrijheid om hun cashflow zelf te beheren. Voor bedrijfsleiders van een vennootschap verandert er niets: zij blijven wel verplicht om voorafbetalingen te doen.
Hogere belastingvrije som zorgt voor meer netto
Een tweede belangrijke maatregel is de geleidelijke verhoging van de belastingvrije som. Vandaag betaalt iedere belastingplichtige pas belastingen vanaf een bepaald inkomensniveau. Dat belastingvrije gedeelte stijgt de komende jaren van 10.910 euro naar 15.600 euro tegen inkomstenjaar 2030.
Het gevolg is eenvoudig: een groter deel van het beroepsinkomen blijft belastingvrij, waardoor zelfstandigen en werknemers netto meer overhouden. De verhoging wordt stapsgewijs ingevoerd, zodat het voordeel jaar na jaar groter wordt.
Nieuwe ondernemersaftrek vanaf 2027
Vanaf inkomstenjaar 2027 krijgen zelfstandigen bovendien een bijkomend fiscaal voordeel via de nieuwe ondernemersaftrek. Zij mogen 10% van hun winsten en baten fiscaal vrijstellen, met een maximumbedrag van 650 euro. Tegen 2029 stijgt dat plafond naar 900 euro.
Op zich gaat het niet om een revolutionair bedrag, maar de maatregel heeft wel enkele voordelen. De aftrek wordt automatisch toegepast, vraagt geen extra administratie en komt bovenop bestaande fiscale stimulansen voor zelfstandigen. Samen met de hogere belastingvrije som betekent dit opnieuw een beperkte maar structurele verbetering van het nettoresultaat.
Ook gezinnen en IT-ondernemers winnen
De hervorming beperkt zich niet tot ondernemers alleen. Ook op gezinsvlak worden enkele fiscale voordelen aangepast.
Zo stijgt de toeslag op de belastingvrije som voor gezinnen met één of twee kinderen ten laste. Tegen 2029 wordt het fiscale voordeel voor het eerste en tweede kind volledig gelijkgetrokken. Daarmee wil de regering het systeem beter laten aansluiten bij de huidige gezinsrealiteit.
Daarnaast wordt het gunstige fiscale regime voor auteursrechten opnieuw opengesteld voor softwareontwikkelaars. Sinds 2024 konden programmeurs hiervan geen gebruik meer maken, maar vanaf inkomstenjaar 2026 keert deze mogelijkheid terug. Uiteraard blijven daarvoor specifieke voorwaarden gelden, zodat professioneel advies aangewezen blijft.
Vennootschappen krijgen strengere spelregels
Voor ondernemers die via een vennootschap werken, is het beeld minder rooskleurig. Verschillende maatregelen maken het noodzakelijk om de bestaande verloningsstrategie opnieuw kritisch te bekijken.
Om als kleine vennootschap het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te behouden, stijgt de vereiste minimumbezoldiging van de bedrijfsleider naar 50.000 euro. Dat bedrag zal bovendien jaarlijks worden geïndexeerd.
Daarnaast mogen voordelen van alle aard – zoals een bedrijfswagen, gratis huisvesting of andere extralegale voordelen – nog maximaal 20% van het totale loonpakket vertegenwoordigen. Overschrijdt een vennootschap die grens, dan verliest zij het recht op het verlaagde belastingtarief.
Ook dividenden worden minder aantrekkelijk. Sinds 1 juli 2026 stijgt de roerende voorheffing op VVPRbis-dividenden van 15% naar 18%. Nieuwe liquidatiereserves worden eveneens zwaarder belast. Daardoor wordt het verschil tussen een vergoeding via loon en via dividenden kleiner dan vroeger.
Voor veel bedrijfsleiders wordt het daarom verstandig om samen met hun accountant opnieuw de optimale mix van loon, dividenden en extralegale voordelen te bepalen.
Interessante maatregelen voor werkgevers
De hervorming bevat ook enkele wijzigingen die voor werkgevers interessant kunnen zijn.
Zo wordt het fiscaal gunstregime voor overuren definitief uitgebreid naar 180 fiscaal voordelige overuren per werknemer per jaar. Daarnaast kunnen werknemers voortaan tot 240 netto vrijwillige overuren presteren zonder bedrijfsvoorheffing of personenbelasting, op voorwaarde dat hiervoor geen overloon wordt betaald. In sectoren waar de werkdruk sterk schommelt of waar piekperiodes regelmatig voorkomen, biedt dit extra flexibiliteit.
Nog enkele wijzigingen om rekening mee te houden
Naast de grote hervormingen bevat de wet nog enkele minder opvallende, maar daarom niet minder relevante aanpassingen. Zo wordt het huwelijksquotiënt geleidelijk afgebouwd, veranderen de regels voor alleenstaande ouders en wordt vanaf 2028 de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid individueel berekend in plaats van per gezin. Daarnaast geldt sinds begin 2026 ook een nieuwe meerwaardebelasting op bepaalde financiële activa.
Afhankelijk van de persoonlijke of familiale situatie kunnen deze maatregelen eveneens een impact hebben op de totale fiscale planning.
Belangrijke kanttekening: de Kamer keurde op 9 juli 2026 deze wet tot hervorming van de personenbelasting goed. Deze wet moet nog gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.


